Een gezin met twee kinderen en een netto inkomen van 3.500 euro per maand kan het best een huishoudbudget opstellen met ongeveer 63 procent vaste lasten, 34 procent variabele uitgaven en minimaal 3 procent sparen, met als doel om dat spaarbedrag via bijsturen te laten groeien naar 10 procent. In dit artikel werken we een volledig rekenvoorbeeld uit met echte categorieën, zodat je jouw eigen cijfers ernaast kunt leggen. De bedragen zijn richtbedragen en verschillen per gezin en per regio.
Eerst alles op een rij: wat komt er binnen en wat gaat eruit
Begin met je netto inkomen, dus het bedrag dat echt op je rekening staat nadat belasting en pensioenpremie zijn ingehouden. Tel kindgebonden budget, kinderbijslag en eventuele toeslagen alleen mee als ze maandelijks of kwartaalsgewijs echt binnenkomen. In ons voorbeeld is dat in totaal 3.500 euro per maand.
Pak daarna je bankafschriften van de afgelopen drie maanden. Zet elke uitgave in een categorie, ook de kleine bedragen. Veel gezinnen onderschatten hun uitgaven aan boodschappen, abonnementen en onderweg eten met 15 tot 25 procent. Gebruik dus liever een werkelijk gemiddelde van drie maanden dan een schatting uit je hoofd.
Het rekenvoorbeeld: vaste lasten van 2.220 euro
Vaste lasten zijn kosten die elke maand ongeveer even hoog zijn en die je niet makkelijk kunt veranderen. In ons voorbeeld komen ze op 2.220 euro, ofwel 63 procent van het inkomen:
- Huur of hypotheek: 1.100 euro
- Gas, water en licht: 220 euro
- Gemeentelijke en waterschapsbelastingen, per maand omgerekend: 90 euro
- Zorgverzekering voor twee volwassenen: 330 euro
- Overige verzekeringen, zoals inboedel en aansprakelijkheid: 60 euro
- Internet, televisie en mobiele abonnementen: 90 euro
- Opvang of schoolkosten na toeslagen: 150 euro
- Autoverzekering, wegenbelasting en onderhoud: 180 euro
Let op de zorgverzekering. De kinderen zijn tot hun 18e gratis meeverzekerd, maar de premie voor twee volwassenen is een groot bedrag, en het eigen risico van 385 euro per volwassene komt daar nog bij. Zet daarom elke maand een bedrag opzij voor onverwachte zorgkosten, zodat een rekening van de huisarts of het ziekenhuis je budget niet in één keer onderuit haalt.
Variabele uitgaven van 1.180 euro
Variabele uitgaven schommelen per maand en daar zit je grootste invloed. In ons voorbeeld besteedt het gezin 1.180 euro, ofwel ongeveer 34 procent:
- Boodschappen en huishoudelijke artikelen: 700 euro
- Brandstof of openbaar vervoer: 100 euro
- Kleding en schoenen voor het hele gezin: 100 euro
- Kinderen, zoals zakgeld, sport en schoolreisjes: 80 euro
- Persoonlijke verzorging en gezondheid: 50 euro
- Uit eten, bioscoop en uitjes: 100 euro
- Hobby's en abonnementen: 50 euro
Boodschappen zijn de grootste post. Voor twee volwassenen en twee kinderen is 700 euro per maand een redelijk uitgangspunt, maar met een weekmenu en een boodschappenlijst haal je daar gemakkelijk 80 tot 120 euro vanaf. Een weekmenu voorkomt impulsaankopen en weggegooid eten, en dat zijn twee van de grootste lekken in een huishoudbudget.
Ook kleding en kinderuitgaven lopen snel op. Kinderen groeien, dus tweedehands kleding, ruilen met andere ouders en seizoensuitverkoop scheelt flink. Spreek met de kinderen een vast zakgeldbedrag af, zodat extra snoep en speelgoed niet elke week uit het gezinsbudget komen.
Wat er overblijft: 100 euro om te sparen
Trek je de vaste lasten van 2.220 euro en de variabele uitgaven van 1.180 euro af van het inkomen van 3.500 euro, dan blijft er 100 euro over. Dat is 3 procent van het inkomen en dus beduidend minder dan de vuistregel van 10 procent, die voor dit gezin op 350 euro per maand zou uitkomen. Dat verschil is geen reden voor paniek, maar wel een signaal dat het budget aangescherpt moet worden.
Je kunt het spaarbedrag op vier manieren laten groeien:
- Boodschappen terugbrengen naar 600 euro met een weekmenu en huismerken: 100 euro erbij.
- Abonnementen en telecom herzien en een goedkoper pakket kiezen: 30 euro erbij.
- Uit eten en uitjes beperken tot 70 euro per maand: 30 euro erbij.
- Energiekosten verlagen met een lagere thermostaat en zuinige apparaten: 20 euro erbij.
Samen levert dat 180 euro extra op, waarmee het spaarbedrag op 280 euro komt, ofwel 8 procent. Met wat extra discipline in kleding en brandstof zit je dan dicht bij de 10 procent.
Het 50/30/20-model als toetssteen
Veel budgetgidsen gebruiken de regel 50/30/20: 50 procent voor noodzakelijke uitgaven, 30 procent voor wensen en 20 procent voor sparen en aflossen. Voor een gezin met kinderen en een huur of hypotheek van 1.100 euro is dat model te streng. Vaste lasten van 63 procent zijn bij deze huishoudsamenstelling heel gewoon. Gebruik de regel daarom vooral als richting: je wilt dat de vaste lasten niet verder boven de 65 procent uitkomen, zodat er ruimte blijft voor sparen en een noodbuffer.
Jaarlijkse kosten niet vergeten
Het grootste gat in een maandbudget zijn de uitgaven die maar een of twee keer per jaar komen. Denk aan de autoverzekering als je die jaarlijks betaalt, verjaardagen, Sinterklaas, vakantie, de jaarlijkse schoolkosten en reparaties aan de auto of de cv-ketel. Maak daarvoor een aparte rekening en laat daar elke maand een vast bedrag naartoe gaan. Een jaarlijkse kostenpost van 1.800 euro vraagt bijvoorbeeld om 150 euro per maand.
Zonder zo'n potje dwingen deze uitgaven je in de maand zelf om te schuiven, en dan bezuinig je op het verkeerde moment op boodschappen of sparen. Houd bovendien een noodbuffer aan van minimaal drie keer je vaste lasten. Voor dit gezin is dat ongeveer 6.700 euro, en dat bereik je met 280 euro per maand in bijna twee jaar.
Zo houd je het budget vol
Een budget werkt alleen als je het regelmatig bijhoudt. Plan elke maand een vast moment van een kwartier, bijvoorbeeld de eerste zondag, om de cijfers van de vorige maand naast het plan te leggen. Kijk niet alleen naar wat er misging, maar ook naar wat je kunt bijstellen. Is boodschappen steeds 50 euro duurder dan gepland, pas dan het budget aan in plaats van jezelf te straffen met een onrealistisch bedrag.
Zet het sparen en het jaarpotje direct na ontvangst van je salaris automatisch over naar een aparte rekening. Wat je niet ziet, geef je minder snel uit. Het bedrag dat dan op je betaalrekening overblijft, is werkelijk het geld waar je de hele maand mee kunt doen.