De Wet banenafspraak verplicht Nederlandse werkgevers om samen 125.000 extra banen te scheppen voor mensen met een arbeidsbeperking, een afspraak die in 2013 is gemaakt door het kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden en dit jaar zijn eindpunt bereikt. De praktijk blijkt weerbarstig en schiet tekort: eind 2025 stond de teller rond de 92.000, ver onder de beoogde 125.000, en ook in 2026 wordt dat aantal niet gehaald. Het kabinet grijpt daarom in met een aantal wijzigingen die gevolgen hebben voor de manier waarop werkgevers aan hun verplichting voldoen.
Hoe de banenafspraak is ontstaan
In het sociaal akkoord van 2013 spraken kabinet, werkgevers en vakbonden af om extra banen te scheppen voor mensen die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Het doel was 125.000 banen erbij ten opzichte van 2013, waarvan 100.000 in de markt en 25.000 bij de overheid. De aantallen werden over de jaren verdeeld, zodat er stap voor stap naar het einddoel toegewerkt werd. Elk jaar controleert het UWV of het tussendoel gehaald is, gemeten op landelijk niveau en niet per bedrijf. Vanaf 2026 geldt de blijvende situatie, waarin de volle 125.000 banen niet alleen bereikt maar ook behouden moeten worden.
De belangrijkste cijfers in context:
- Het gaat om 125.000 extra banen bovenop het peil van 2013, niet om een totaalaantal werkenden.
- Eén baan telt als 25,5 verloonde uren per week, dus deeltijdbanen tellen naar rato mee.
- Ter vergelijking: het doelgroepregister telt ruim 281.000 mensen, van wie er nu zo'n 145.000 aan het werk zijn.
De inclusiviteitsopslag vervangt de quotumheffing
De Tweede Kamer stemde op 5 februari 2025 unaniem in met de vereenvoudiging van de Wet banenafspraak, waarna ook de Eerste Kamer akkoord ging. Onderdelen daarvan gelden sinds 1 januari 2026. De oude quotumheffing, een boete per niet-ingevulde plek die in de praktijk vastliep op ingewikkelde administratie, verdwijnt.
Daarvoor in de plaats komt de inclusiviteitsopslag: een opslag op de Aof-premie voor werkgevers die hun quotum niet halen, met een bonus via een hoger loonkostenvoordeel voor werkgevers die dat wél doen. Beide bedragen gemiddeld zo'n 5.000 euro per baan. Kleine en uitlenende werkgevers zijn vrijgesteld. De samenvoeging van markt en overheid wordt niet vóór 2027 verwacht.
Een werkbedrijf als route naar invulling
Voor werkgevers zonder de tijd of capaciteit om iemand uit de doelgroep zelf op te leiden, vormt een sociaal werkbedrijf een praktische ingang. De kandidaten hebben daar een praktijkopleiding, werkervaring en praktijkverklaringen opgedaan, en de jobcoaching en subsidies verlopen via het werkbedrijf. Met een of meer beschikbare werkplekken draagt een bedrijf bij aan de banenafspraak, en haalt het vakkrachten in huis die al klaarstaan voor de arbeidsmarkt. Impactwerkgever worden via IBN laat zien hoe die instap verloopt.