Is het te ligt of te licht?

Is het te ligt of te licht?

Het juiste antwoord: altijd ‘te licht’

De correcte schrijfwijze is vrijwel altijd te licht. Het woord ligt is de persoonsvorm van het werkwoord ‘liggen’ en wordt gebruikt om een plaats of positie aan te geven, zoals in ‘het boek ligt op tafel’. Het bijvoeglijk naamwoord ‘licht’ gebruik je om gewicht, kleur of intensiteit te beschrijven, zoals in ‘de tas is te licht’ of ‘de kleur is te licht’. Daarom schrijf je in zinnen als ‘de koffer is te licht’ of ‘het is nog te licht buiten’ altijd met licht en niet met ligt.

Wanneer gebruik je ‘licht’ en wanneer ‘ligt’?

Om het verschil helder te krijgen, is het belangrijk om te bepalen wat je precies wilt zeggen. Vraag jezelf af: beschrijf ik een eigenschap zoals gewicht of helderheid, of beschrijf ik een plaats of houding van iets of iemand? Die vraag helpt je de juiste vorm te kiezen.

Gebruik van ‘licht’ als eigenschap

Je gebruikt licht als je praat over iets dat weinig weegt, een zachte of bleke kleur heeft, of weinig zwaar voelt in figuurlijke zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘de tas is te licht om als handbagage te tellen’, ‘de verf op de muur is te licht’ en ‘de straf voelt te licht aan’. In al deze gevallen gaat het om een eigenschap van iets, niet om de plek waar iets zich bevindt. Daarom hoort hier de vorm ‘licht’ thuis.

Gebruik van ‘ligt’ als werkwoord

De vorm ligt is de tegenwoordige tijd van het werkwoord ‘liggen’ en geeft aan waar iets zich bevindt of in welke houding iets of iemand is. Je zegt bijvoorbeeld: ‘de kat ligt op de bank’, ‘het boek ligt op tafel’ of ‘de stad ligt aan de rivier’. Als je twijfelt, kun je proberen de zin in de verleden tijd te zetten. Als ‘ligt’ verandert in ‘lag’, dan weet je dat je met het werkwoord ‘liggen’ te maken hebt. Bijvoorbeeld: ‘de sleutel ligt op de grond’ wordt in de verleden tijd ‘de sleutel lag op de grond’.

Hoe voorkom je twijfel tussen ‘te ligt’ en ‘te licht’?

Een handige truc om fouten te vermijden, is nadenken over de betekenis van het woord. Kun je het vervangen door ‘zwaar’ of ‘donker’? Dan heb je het over een eigenschap en schrijf je ‘licht’. Zinnen als ‘de tas is te licht’ en ‘het is te licht in deze kamer’ kun je ook omkeren naar ‘de tas is te zwaar’ en ‘het is te donker in deze kamer’. Dat bevestigt dat ‘licht’ hier een bijvoeglijk naamwoord is.

Praktische voorbeeldzinnen om te onthouden

Om het verschil beter vast te houden, helpen vaste voorbeeldzinnen. Denk aan: ‘het bed ligt in de slaapkamer’ met ‘ligt’ als werkwoord en ‘de koffer is te licht voor extra kosten’ met ‘licht’ als eigenschap. Onthoud vooral dat de combinatie ‘te ligt’ vrijwel nooit correct is. Wanneer je ‘te’ gebruikt om een eigenschap uit te drukken, zoals te zwaar, te donker of te klein, hoort daar in dit geval ‘licht’ bij en niet ‘ligt’.